Menu

Duurzaam Jacht Ya door de Doldrums

maandag 7 mei 2018

De Paardebreedten hebben hun naam te danken aan het vee dat overboord werd gezet als de schepen van de 16e en 17e eeuw te lang in de Doldrums dreven, wachtend op een goede wind. Nog steeds heeft men enige vrees voor het onbekende gebied van windstilte, hitte en zware buien en iedereen omzeilt het.

Maar die tijden zijn veranderd volgens Peter Hoefnagels: “De schepen zijn lichter en kunnen met veel minder wind toe. En zeker zo belangrijk: de weersvoorspellingen zijn beter.”

In 2016 is Peter met Duurzaam Jacht ‘Ya’ een wereldreis gestart zonder brandstoffen te gebruiken. Geen diesel, geen gas, niets. Gewoon, alles op eigen energie. “Het is de hele wereldreis niet nodig geweest. Met de ultieme uitdaging om ook fossielvrij door de Doldrums te gaan, willen we onze fossielvrije ronde om de wereld beëindigen, om aan de fossiele vaarders te laten zien dat zelfs voor de reis door de Doldrums geen drup diesel nodig is.“

Van Zuid-Afrika terug naar huis. Dat is voor de meeste zeilers dus van Kaapstad via St Helena, eventueel ook Ascension en dan door een heel dun stukje Doldrums heen naar de Azoren.

De pilots adviseren om ergens rond 28 graden WL door de windstilte te steken en van daar uit naar de Azoren te zeilen. De Atlantic Crossing Guide voegt toe dat een 35 voeter van St Helena tot de Azoren er 50 dagen over deed en dat dit heel redelijk is. Voor een eventuele stop op de Kaap Verdische eilanden adviseert Jimmy Cornells World Cruising Routes om flink wat diesel mee te nemen om na de oversteek naar het oosten te komen. Als je vanaf 28 graden West naar de Azoren moet, heb je de wind en de golven (en wat stroom) bijna recht op de kop. En de pilotcharts laten een stevige passaat zien.

Wil ik dit eigenlijk wel? Een kleine drieduizend mijl tegen een stevige wind, stroom en golven op? Ik vind dat cruisen leuk moet blijven en ik ben geen 30 meer. Ideaal zou zijn via de Kaap Verdische eilanden. Een mooie plek om juist daar aan te komen, want daar kruisen we de heenweg van de fossielvrije ronde om de wereld. Champagne!

Theorie en praktijk

Volgens Cornell is de ITCZ, de Inter Tropische Convergentie Zone, de zone zonder wind, zo’n 50 mijl breed en aan de oostkant zo’n 150 mijl. Bij de Galapagos-Ecuador was die breder en daar zijn we ook zonder mankeren doorgekomen. Toen lagen we eens een half dagje in de blakte, en we deden eens een dagafstand van 13 mijl. Maar ook dat waren prima dagen. Juist het heel lichte weer vind ik als zeiler geweldig. Ik heb eens in een nacht met volle maan met hooguit 4 knopen wind over een volstrekt vlakke zee aan de wind gevaren. Het let heel nauw, want iets te veel afvallen is wind en vaart verliezen en iets te veel oploeven is ‘doodvallen’ en opnieuw beginnen. Ook Caroline, die toen crew was, heeft toen geweldig gevaren. We stuurden uren achtereen op de hand en we hebben genoten. De lichtweer praktijk ken ik dus al – of zoals later blijkt - dacht ik al te kennen.

Als ik de pilotcharts preciezer bekijk, dan staan in de oostkant – zeg ten westen van Liberia - windroosjes met gemiddelden van 7 knopen. Daar heeft de Ya, een modern jacht, in de vorige Doldrums al in gezeild. De windstiltes blijven onder de 10% en er wil ook nog wel eens een lopend westenwindje staan.

Die wind is boven de ITCZ noordoost. Maar helemaal bij Afrika is hij noord. Dat is interessant, want dat zou betekenen dat je vanaf Afrika de Kaap Verden al bijna bezeild hebt. Een welkome tussenstop.

Ik vond twee verhalen van Nederlandse jachten die ook de Kaap Verden aandeden. In het verhaal van de Happy Bird komt naar voren dat de voorspellingen makkelijk niet kloppen. Zij ondervinden dagenlang noordwestenwind terwijl noordoost voorspeld is. Verder hebben ze het over een dubbele golfslag die dagen aanhoudt, ondanks de toch stevige wind. Die zeegang wordt voor de Kaap Verden zo lastig, dat overstag gaan zelfs moeilijk wordt.

Een concrete routering van St Helena – Kaap Verden, op basis van de pilotcharts, dag na dag in kaart gebracht, leverde een reis op van 31 dagen. Met daarna zo’n 20 dagen aan de wind naar de Azoren. Het zeilen lukt wel, het schipperen lukt wel, de Ya is goed. maar wat doet de wind daar in de praktijk? Wat gaat het weer nu echt doen daar?

Eerste kaartje: de traditionele route, waar de doorsteek naar de NO-passaat kort is, maar de route lang, en vooral het aandewindse stuk naar de Azoren. Tweede kaartje: de geplande route van de Ya. De insteek is erg oostelijk gekozen, om zo nodig vanaf dag 8, nog in de ZO-passaat naar het westen te varen om een ‘doorsteek’ te vinden.

Henk Huizinga

Ik legde meteoroloog Henk Huizinga mijn overwegingen en uitwerking voor en hij kon zich goed vinden in het initiatief en de overwegingen. Gelukkig, want voor zo’n avontuur heb je wel een professional nodig. Hij zei wel dat er weinig data zijn van dit vaargebied. “Ik ben er nu niet zo bekend mee, maar ik leer graag bij hoor.” In het dikgedrukte stuk hieronder beschrijft hij de weerkundige kanten van dit avontuur.

Hij raadde aan om een satellietontvanger te installeren. Je ziet daarop waar de bewolking zit, en daar kun je op navigeren. Het ding is aangeschaft voor ruim 500 Euro, maar we hebben het nooit goed aan de praat gekregen. Het komt qua meteo dus helemaal op Henk aan.

Henk Huizinga ondersteunt

Henk Huizinga: "Eind vorig jaar krijg ik een e-mail van Peter waarin hij zijn plannen ontvouwt omtrent zijn reis van Zuid Afrika naar de Azoren, eventueel via de Kaap Verden.

Omdat hij niet de bestaande paden wil betreden raak ik geïnteresseerd in zijn project en besluit hem te begeleiden. Ik besef, dat ik daarvoor maar één bron kan raadplegen: de Gribfiles. Weerkaarten zijn van dat gedeelte van de oceaan niet beschikbaar, wel satellietfoto’s. Helaas lukt het niet om een satellietontvanger aan boord van de Ya aan de praat te krijgen. Mijn idee was om met de zelf ontvangen beelden hem inzicht te verschaffen over de posities van de tropische buien in de Doldrums, om zo te profiteren van de wind. Ik gebruik zelf de beelden van de Meteosat, maar die zijn niet gedetailleerd genoeg. Door de geringe windsnelheden rond de ITCZ (Inter Tropische Convergentie Zone) is de informatie uit de Gribfiles voor de windrichting niet betrouwbaar. 

Omdat er van de Ya geen polair diagram beschikbaar is, wordt het erg moeilijk om met behulp van de Gribfiles en de routeringssoftware een calculatie te maken voor de meest efficiënte route. De etappe van Kaapstad naar St. Helena gebruik ik om een idee te krijgen wat de prestaties van de Ya ongeveer zijn. Door iedere dag mijn verwachte positie te vergelijken met de opgetreden uitkomst, krijg ik een beetje houvast. Bij voldoende wind lukt dat uiteindelijk prima, maar bij licht weer wordt het lastig.

Toch lukt het om de Ya ongeschonden naar het noordelijk halfrond te loodsen."

Verder voorbereiden

We gaan dit avontuur aan met een bemanning van drie. Beiden opstappers hebben vele mijlen onder de kont, als schipper en als crew. Hier kun je een wachtje aan overlaten.

We bevoorraden voor 55 dagen eten (+15 dagen noodvoorraad). We nemen 600 liter water mee (en 60 liter noodvoorraad). Daar kunnen we mee rondkomen, maar we zullen als het even kan met regenwater in de ITCZ gaan bijvullen.

We vertrekken vanaf Kaapstad, vullen de voorraden aan in St Helena en varen goed op elkaar ingespeeld naar de evenaar. We varen wat westelijker, want dat komt lekker uit met de wind en Henk Huizinga bericht in ons dagelijkse contact dat hij geen enkel bezwaar ziet om wat westelijker door de ITCZ te gaan.

InterTropische ConvergentieZone (ITCZ) – buien, regen, met bakken

We zijn nog voor de evenaar en Henk vertelt dat hij ons naar de buien stuurt. “Langs de randen van de bewolking, daar zit de meeste wind.” Na een dag varen begon het.  Buien, bakken met regen, en inderdaad wind. Die komt van alle richtingen. Maar er is een patroon. Regent het niet, dan ‘zuigen’ de buien, regent het, dan ‘blazen’ ze. Hoe dan ook, voordat je het naar je praktijk vertaald hebt, had je al moeten anticiperen; wat hebben wij de eerste keer gezigzagd over het water.  En die buien, de randen van die buienwolken, daar moet je van profiteren. Want onder een egaal blauwe lucht, en onder een egaal grijs dik regendek waait het niet. 

4 dagen later waren we al op de 4e breedtegraad Noord. Met dank aan Henk Huizinga. Dat gaat voorspoedig!

Doldrums verder

Eerst is het helemaal windstil. Het doorgelatte grootzeil gaat naar beneden, om de lattenconstructie te sparen tegen het slaan. Fok en bezaan blijven staan. Het rollen valt mee. Deining is er nauwelijks, maar er staat wel een golfslagje, gek genoeg. We wachten gelaten op wind. Het is warm, 35º op zee en een watertemperatuur van 25º. Het is vochtig. We zweten, alles plakt aan je lijf. Rondom ons zien we veel grijze wolken.  ’s Nachts zien we de flitsen van bliksems achter de horizon, de hele nacht door. Wij snappen dat het veilig is, maar het voelt sinister. De dag erop blijft het stil. De Ya schommelt op de golfjes. Die gekke golfjes, waar komen ze toch vandaan? Je kijkt rond en met name aan het einde van je wacht, als de anderen slapen, ga je dingen zien. Je houdt het voor je, om de anderen niet gek te maken. Tot Hans het stille sfeertje doorbreekt met de opmerking: “Kijk daar komen die twee mooie blote meiden weer langs in hun kano.”

Ja, dit zijn de Doldrums zoals in de boeken beschreven wordt. Hier zijn de zeemeerminnen gezien.

Een korte, hoge zeegang

Henk Huizinga zei het al, we zijn door de ITCZ heen. De dag erop merken we het door een licht windje dat uit het Noorden opsteekt. Ha leuk, licht weer zeilen! Het is 3-4 knoop, normaal net goed voor wat rimpelingen op het water, zoals ik al in de Doldrums bij Ecuador had ervaren. Maar hier staat een kort, hoog golfslagje, precies tegen. Telkens als we even oploeven, doet die onze moeizaam opgebouwde 2-3 knoop snelheid weer teniet. Lastig. We winnen geen hoogte. Sterker nog, we verliezen hoogte! Zo drijven we terug de ITCZ in. We doen ons best.

De dag erna gaat het net boven de 5 knoop waaien. De golfslag groeit navenant, vervelend genoeg. We zetten de kluiver bij om de boot wat helling te geven en extra zeilkracht, om die golfslag te weerstaan. Bij 7 knoop wind kunnen we de eerste hoogte winnen.

Dit is wel zorgelijk. Is er wat mis met de Ya? Tja, ze is buikig en heeft dan wat meer moeite met zeegang. En ja, ze is nu extreem zwaar beladen. De watertanks zijn na de laatste buien helemaal vol, de bilge is overvol met proviand, de muesli puilt zelfs de boekenkastjes uit. Maar toch. De Ya maakt op zee, als de meeste moderne cruisers een hoek van effectief 60 graden met de behouden koers (op het IJsselmeer, zonder golven, doet de Ya ongeveer 50 graden). Maar met 9-10 knoop ware wind halen we nu nog geen 70 graden! Wat ook gek is, dat ze met dit lichte weer al paaltjes pik op deze steile, staande golfslag. De vaart wil er wel in, maar golven ‘slaan’ die er weer uit, waardoor we vrij veel verlijeren. We kiezen voor snelheid en dan maar minder hoogte. De kluiver staat bij, zodat er in ieder geval kracht bij komt. Nu halen we een hoek van 75 graden. Als dit echt zo doorgaat, halen we de Kaap Verden nog niet in 7 weken! Hier worden wij somber van.

In een week tijd was de Ya vanaf de evenaar door de ITCZ en Doldrums heen, in de zone gekomen waar de passaatwind al waaide, uit het noorden en heel lichtjes. Maar wat kun je ermee? De golfslag zet je alsmaar terug.

De crisisscenario’s voor het te laat is.

Ik ga routeren met deze enorme dode hoek. Per 100 mijl maak je 24 mijl voortgang naar de wind. Dat zou 7 weken opkruisen worden!

Maar we hoeven natuurlijk niet naar de Kaap Verden, dat is maar een tussendoel. We kunnen rechtstreeks naar de Azoren. Dat is onder een hoek van 70 graden dezelfde 3500 mijl. Halen we dat niet, dan kunnen we zelfs nog naar Ilha Fernando Noronha, een eiland ten noordoosten van Brazilië, op 1500 mijl. Een West-Afrikaans land (Guinee Bissau of Liberia) is alleen een optie als de crisis uitbreekt. Dat is navigatie­technisch ook geen beter uitgangspunt om weer van te vertrekken.

Ik overleg met Henk. “Henk, ik heb nu nog voor 35 dagen proviand en water bij me. Wat denk jij dat haalbaar is, of moet ik naar andere opties?”

Hij zet een mogelijke route uit in Visual Passage Planner en komt op een ETA van 10 dagen voor Praia, op het meest zuidelijke eiland van de Kaap Verden. Hij had een ‘sailboat light weight’ van onze lengte ingevoerd. Dat is zeg maar een polyester Draak, of een 30 voets racer. Die heeft misschien iets minder zeil, maar is 10 keer lichter dan de Ya, die zo’n 10 ton aan water verplaatst. Zijn boodschap zorgt voor een stuk optimisme aan boord en dat kunnen we gebruiken.

De alternatieven. De Azoren zijn misschien nog te ver weg met onze leeftocht voor nog 30 dagen, maar Ilha de Fernando de Noronha is een optie van 1500 mijl die te bezeilen is.

Methodisch werken.

Het wordt weer windstil. We springen in het water om lekker te zwemmen en we zien een centimeter dikke laag aangroei op de huid zitten. Nog geen 3 weken nadat we de huid in St Helena ook zwemmend nagelglad hebben schoongekrabt.

In een paar uur hebben we de romp weer glad. Dit gaat zeker schelen in de vaart en de hoogte.

Als je de zwemtrap op en af gaat, merk je pas goed hoe onrustig en onevenredig groot de golfslag is, want de Ya gaat een halve meter op en neer. In windstilte!

In de nacht steekt er een licht windje op. Hoogte winnen blijft moeilijk met de relatief hoge golfslag. We blijven experimenteren, en inmiddels heel methodisch, als ras onderzoekers houden we alles bij per positie. Met en zonder kluiver, de boegspriet half ingetrokken (voor minder lijgierigheid), de kluiver, net als een gennaker bij licht weer, verder naar lij zetten voor meer loefgierigheid. De winst is allemaal marginaal. Onder de 10 knoop aan de wind zeilen blijft in deze steile golven moeilijk. Met 10 knoop en zonder kluiver, is de koers met deze golven nog altijd een kleine 70 graden. Dit wordt weken aan de wind varen, maar de Kaap Verden zijn te doen.

Als rasonderzoekers houden we dag en nacht, per positie, alle gegevens bij, bij alle verandering van de trim van zeilen, koers en vaart.

Alla! Niks aan de handa met de Ya.

Totdat tijdens een nacht de zeegang langzaam vermindert tot normaal. Ik neem de wacht over van Hans:

“Alla, de Ya loopt ja!”

-“Krijg nou wat, ze loopt ook hoog zeg.”

“ Er komt een kruisgolfje op de stuurboord kont, uit het Oosten dus. Hoe kan dat nou?”

-“Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan.”

De wind doet ook een extra knoop in het zakje tot 11 knoop en dan vaart de Ya moeiteloos 60 graden aan de wind.

“Niks aan de handa met de Ya!”

De grote boosdoener is de zeegang, die vervelende golfslag waar de Happy Bird ook zo’n last van had, al was dat toen in zwaardere condities.

De volgende morgen routeer ik weer. Ik stuur het resultaat naar Henk en hij reageert: “Kijk, dit is nou een reëel beeld.” En optimistisch voegt hij eraan toe: “Met een week ben je in de Kaap Verden.”

Twee dagen later staat er een aangename passaat van 12 knopen. De Ya ligt onder een kleine helling en neemt de golven vriendelijk. We zijn net overstag gegaan. De grondkoers blijkt nu zelfs 55 graden aan de ware wind.

Tegenwindse eilanden

We moeten elke mijl verdienen. Gaande de rit neemt de wind toe naar zo’n 20 knopen. We lopen dus wat minder hoog. Daar komt bij dat de stroom merkbaar wordt. De pilot heeft het over een 1,5 knoop snelle zuidwestelijke stroom. We rekenen uit en bij ons is het 1 knoop. Onze snelheid zakt van 4 naar 3,3 knoop en erger nog, we verliezen 10 graden hoogte. Zitten we weer op 70 graden aan de wind. Die stroom zal tussen de eilanden sterker worden. Op een onvoordelig stuk gingen we na een overstag een paar uur over onze oude koerslijn: we schoten niets op.

Verder viel de wind erg onvoordelig, het bleef twee weken noord, terwijl de pilotcharts noordoost beloven. Hoe tegenwinds kan je het hebben.

Samen over de kaart gebogen, spraken Theo en Hans over het onderscheid tussen de bovenwindse en benedenwindse eilanden.  Waarop Hans zei: “Bovenwindse, benedenwindse, voor mij zijn het allemaal tegenwindse eilanden.”

Benader je de Kaap Verden vanuit het zuidzuidwesten, dan heb je tegenwind. Benader je ze van het zuid oosten, dan is de wind wat westelijker, maar minder nadelig en de wind is lichter.

Energieneutraal blijven

O ja, we hadden nog een wereld energieneutraal te ronden. Dat is met aan de wind zeilen extra moeilijk. Je hebt alle energie nodig voor de voortgang, dus de schroeven van de watergeneratoren moeten in de vaanstand.

Kunnen we nog energieneutraal blijven? Op de evenaar waren de accu’s  90% vol.. Twee weken later zitten we op 60%. Maar we moeten nog zomaar twee weken en we zeilen verder en verder weg van de zon. Even tikten we de 58% aan, maar dan neemt de wind toe en met doorgaans meer dan 15 knoop wind over dek, begint de windmolen goed te leveren en lopen de accu’s weer bomvol. Het energieverhaal is geen punt dus, zolang je blijft zeilen en niet gaat motoren.

De reis in cijfers

De hele trip is geschat op 31 dagen. Het werden er 38.

We hebben 2 dagen langer gevaren naar de evenaar. De trip door de ITCZ duurde slechts 4 dagen, in plaats van de geschatte 8, dankzij de voortreffelijke begeleiding van Henk Huizinga, die ons van bui naar bui stuurde. Op de grens van Doldrums en de eerste lichte passaat duurde het wel weer langer, ook omdat we werden ‘teruggezet’. Het kostte 5 dagen meer.

We voeren vanaf de evenaar gemiddeld 46 mijl per dag effectief (over de rhumbline, dus de kruisslagen niet meegerekend). Er waren drie dagen van meer dan 100 mijl. Een dag met 2-4 knoop noordenwind en een steile golfslag was negatief en we verloren toen 16 mijl.

De relatief hoge, steile golfslag kost hoogte, vooral in licht weer. Naarmate de passaat harder wordt, neemt ook de stroom toe. Onze snelheid over de grond ging van 3,5 a 4,5 naar 3 a 3,5 knoop. En  erger, het kost 10 graden hoogte.

Tenslotte wil het toeval dat de gemiddelde windrichting voor de laatste 500 mijl uit 10-20 graden kwam. Terwijl we dan toch ongeveer een Noordoost passaat zouden moeten hebben. 1 dag woei het 40 graden, dus die dag was bezeild.

Nog eens doen?

De ITCZ doen we zo weer, nu we de magie van de wolken ontdekt hebben: je gaat van wolkenpartij naar wolkenpartij, en je hebt wind! Je moet dan wel de informatie hebben om die buien te vinden. Wij hadden goeroe Henk Huizinga. Een wonder.

Het gebied na de buien, met de heel lichte eerste noordenwinden, zijn op de Atlantische Oceaan onvergelijkbaar anders dan die ik op de Pacific bij Galapagos-Ecuador heb ervaren. Normaal is aan de wind zeilen in licht weer puur genieten, maar de harde golfslag is fnuikend om hoogte te winnen. Dat is frustrerend. Voor dit stuk zou een lichte motor uitkomst bieden. Zouden er meer zonnepanelen op de Ya passen, dan hadden we gemotorzeild.

Benader je de Kaap Verden vanuit het zuidzuidoosten, dan is de wind westelijker dan noord. Tegen dus. Benader je ze vanaf het zuidzuidwesten, dan is de wind oostelijker dan noord. Ook tegen dus.

Kom je dichterbij de Kaap Verden, dan neemt de wind toe en ontstaat ook meer stroom. Tegenstroom dus. Het kost je de laatste 200-300 mijl een knoop snelheid en 10 of meer graden hoogte. De Doldrums zijn te doen, de lichte tegenwind is lastig. Daarna wordt de tegenwind harder. Inmiddels groeien er goose necks aan je romp, wat je langzamer maakt. En passeer je het zuidelijkste eiland, dan ben je er echt nog niet, wan dan doet zich ook nog eens de stroom voelen. Deze opbouw van hordes naarmate je verder komt, werk psychologisch natuurlijk slecht. Je moet zorgen alle zuur vooraf te slikken. Je kunt bijvoorbeeld langs Afrika veel noordelijker doorvaren, tot je Mindelo bezeild hebt. Op die manier hoef je minder tegen de harde wind en stroom in te werken.

Maar ben je aangekomen, dan krijg je een cadeautje als je naar de Azoren gaat, want dat is ideaal. Het kan als alles klopt wat ze zeggen bijna met een knik in de schoot!

Iedereen kan dus duurzaam varen

Met deze slotetapppe van haar energieneutrale reis om de wereld, wil Duurzaam Jacht laten zien dat zelfs dit soort trajecten fossielvrij – zonder diesel en zonder gas -  kan. Ook met een 10 meter jacht als de Ya, ook als het lange tochten zijn met elke dag brood bakken, veel laptopgebruik, dus met flink wat energieverbruik van 3 volwassen kerels. Door dagenlange regen en bewolking (zonder zon), door dagenlange windstilte (zonder windmolen, zonder hydrogeneratie), en daarna weken alles aan de wind (zonder hydrogeneratie).

Fossiel varen hoeft niet meer, fossielvrij kan gewoon. Iedereen kan het. Het varen is stiller, schoner, in evenwicht met de natuur, en fijn voor de kinderen en kindskinderen. Het is alleen maar een keuze.

Reageer op dit artikel

(wordt niet op de website getoond)

Waar is Duurzaam Jacht?

Klik hier om te kijken waar Duurzaam Jacht is!

Klik op de kaart en lees elke dag wat de "Ya" meemaakt.

Volg op de kaart

Blijf op de hoogte van het nieuws over Duurzaam Jacht

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Bekijk het Duurzaam Jacht

Duurzaam Jacht - uitsnede

Alle details van Duurzaam Jacht op een prachtige klikplaat!

Bekijken
Het Duurzaam Jacht wordt mede mogelijk gemaakt door: